Zeven gratis fotolessen, recht in je mail. Vanaf morgen elke ochtend één les.

Meld je aan
Fotolessen.nl

Kennisbank

Veelgestelde vragen, doorzoekbaar op trefwoord.

Begrippen

Het fotografie-woordenboek achter de cursussen, alfabetisch.

AI Denoise

Ruisonderdrukking op basis van AI in plaats van de gewone ruis-schuif: trager (het rekent een nieuw bestand uit), maar behoudt veel meer detail bij hoge ISO's dan de klassieke methode.

Uit: Kleur en detail →

AI-selectie

Lightroom herkent zelf onderdelen van je foto, zoals het onderwerp, de lucht of personen, en zet daar automatisch een masker op. Scheelt vaak het met de hand uitknippen dat je vroeger met een penseel moest doen.

Uit: Maskers die het werk doen →

Assistieve AI

AI die schat wat er al stond, zoals ruisonderdrukking of een AI-masker dat de hemel herkent: het maakt zichtbaar wat er al in de data zat. Het tegenovergestelde van generatieve AI, die iets verzint wat er nooit heeft gestaan.

Uit: AI aan het werk →

Autofocusmodus

AF-S (of One Shot) stelt één keer scherp en houdt dat vast, ideaal voor stilstaande onderwerpen. AF-C (of AI Servo) blijft continu scherpstellen en volgt beweging, dus die gebruik je zodra je onderwerp zich verplaatst.

Uit: Scherp krijgen wat scherp moet zijn →

Back-upstrategie

Drie dingen die apart beschermd moeten zijn: je originele bestanden (een tweede schijf plus een back-upprogramma), je catalogus (Lightroom kan dit zelf automatisch back-uppen) en je exports. Verlies van je catalogus is net zo vervelend als verlies van je foto's: al je bewerkingen zijn dan weg.

Uit: Exporteren en back-up →

Bitdiepte

Het aantal helderheidswaarden dat een bestand per kleurkanaal kan vastleggen: 256 bij 8-bit JPEG, tussen de 4096 en 16384 bij 12 tot 14-bit RAW. Meer bitdiepte betekent meer ruimte om te bewerken voordat je banding of verlies van detail ziet.

Uit: RAW of JPEG →

Bouncen

De flits niet recht op je onderwerp richten, maar op een muur of plafond, zodat dat oppervlak als een soort softbox werkt. Het licht wordt zachter, maar je kost er ongeveer 2 stops vermogen mee.

Uit: Flitsen →

Brandpuntsafstand

Hoe ver of dichtbij je lens 'kijkt', in millimeters. Een kortere brandpuntsafstand (24-35mm) neemt meer van de omgeving mee, een langere (85-135mm) isoleert je onderwerp, los van waar je zelf staat.

Uit: Scherp krijgen wat scherp moet zijn →

Butterfly-licht

Een portretpatroon met het licht recht van voren en iets boven het gezicht, waardoor een vlindervormige schaduw onder de neus ontstaat. Vleiend voor de meeste gezichten, veel gebruikt in beauty- en glamourportretten.

Uit: De studio →

Catalogus

Het bestand waarin Lightroom Classic bijhoudt welke foto's je hebt, waar ze staan en welke bewerkingen je erop hebt losgelaten. Zelf bevat het geen foto's, alleen verwijzingen: verplaats je een map buiten Lightroom om, dan raakt de catalogus die foto's kwijt.

Uit: Catalogus, mappen en importeren →

Clamshell-opstelling

Twee lichtbronnen recht voor het gezicht, één boven en één onder, als een soort schelp om het onderwerp heen. Geeft een zacht, gelijkmatig verlicht gezicht met nauwelijks schaduw, veel gebruikt in beauty- en modeportretten.

Uit: De studio →

Collectie

Een verzameling foto's binnen je catalogus die los staat van de mapstructuur op schijf, handig om bijvoorbeeld 'beste van 2026' samen te stellen zonder bestanden te verplaatsen. Een Smart Collection vult zichzelf automatisch op basis van regels die jij instelt, zoals sterren of trefwoorden.

Uit: Catalogus, mappen en importeren →

Color Grading

Apart gekleurde tinten toevoegen aan de schaduwen, middentonen en hooglichten van een foto, de manier waarop film-looks en veel 'cinematic' kleurstijlen worden opgebouwd.

Uit: Kleur en detail →

Color Mixer

Het paneel (ook wel HSL) waarmee je per kleur apart de tint, verzadiging en helderheid bijstelt, bijvoorbeeld alleen het groen in een foto wat voller maken zonder de rest aan te raken.

Uit: Kleur en detail →

Content Credentials

Digitale, ondertekende herkomst-informatie bij een foto: wie het gemaakt heeft en met welke tools of AI-stappen het bewerkt is. Relevant zodra je werk bij een opdrachtgever of fotowedstrijd moet kunnen verantwoorden wat wel en niet AI is.

Uit: AI aan het werk →

Demozaïekering

Het proces waarbij je camera (of Lightroom, bij RAW) de ruwe, per pixel één-kleurige data van de sensor omrekent naar een volledig rood/groen/blauw-beeld per pixel. Bij JPEG gebeurt dit definitief in de camera, bij RAW gebeurt het pas software-matig, met meer ruimte voor kwaliteit.

Uit: RAW of JPEG →

Derdenregel

Verdeel je kader in drie gelijke stukken, horizontaal en verticaal, en zet je onderwerp op een van de snijpunten in plaats van in het midden. Een simpele vuistregel die bijna altijd een rustiger beeld oplevert dan recht erop mikken.

Uit: Kijken en kaderen →

Diafragma

De opening in je lens, uitgedrukt in een f-getal. Een laag getal (f/1.8) laat veel licht door en geeft een dunne scherptediepte, een hoog getal (f/11) laat weinig licht door en houdt meer scherp.

Uit: De driehoek van belichting →

Diffuser

Een doorschijnend scherm dat je tussen een harde lichtbron en je onderwerp hangt. Het vergroot de lichtbron optisch, waardoor het licht zachter wordt.

Uit: Licht lezen →

DNG

Een open, merkonafhankelijk RAW-formaat van Adobe, als alternatief voor de eigen RAW-formaten van camerafabrikanten (zoals CR3 of NEF). Voordeel is toekomstvastheid en een kleiner bestand, nadeel is dat je een stap extra converteert en net dat ene merkspecifieke datapuntje soms kwijtraakt.

Uit: RAW of JPEG →

Drag the shutter

Een langere sluitertijd aanhouden dan je normaal zou doen bij flits, zodat ook het omgevingslicht (de zaal, de sfeer) wordt meegenomen in plaats van alleen je flits-belichte onderwerp tegen een zwarte achtergrond.

Uit: De reportageflitser →

Exportpreset

Een vast setje export-instellingen (formaat, kleurruimte, afmetingen, verscherping) dat je met één klik toepast, zodat je nooit per ongeluk een print-bestand aan een klant mailt of andersom. Werk met twee vaste presets: web/social en print/klant.

Uit: Exporteren en back-up →

Gels

Gekleurde filters die je over je flits zet om de kleur van het flitslicht te laten matchen met het omgevingslicht (bijvoorbeeld oranje voor kunstlicht), zodat je witbalans voor de hele foto klopt in plaats van alleen voor één lichtbron.

Uit: De reportageflitser →

Generatieve AI

AI die iets toevoegt dat er nooit heeft gestaan, zoals Adobe Firefly in Lightroom dat een ontbrekend stuk achtergrond verzint bij Generative Remove of Expand. Anders dan assistieve AI kost dit credits, en voor opdrachtwerk is het iets waar je bewust een keuze in maakt, niet iets wat je zomaar toepast.

Uit: Generatieve AI en credits →

Gulden snede

Een verhouding van ongeveer 1 op 1,618 die al eeuwen als 'natuurlijk prettig' geldt in kunst en architectuur. In foto's werkt het als een verfijndere versie van de derdenregel, met de nadruk net iets anders verdeeld.

Uit: Kijken en kaderen →

Hardheid van licht

Hoe scherp of zacht een schaduw afloopt. Dat hangt niet af van hoe fel een lichtbron is, maar van hoe groot die bron is ten opzichte van je onderwerp: een kleine bron geeft hard licht met scherpe schaduwranden, een grote bron geeft zacht licht met een geleidelijke overgang.

Uit: Licht lezen →

Histogram

De grafiek die laat zien hoe het licht in je foto verdeeld is, van zwart (links) tot wit (rechts). Loopt de grafiek tegen de rand aan, dan clip je: links verlies je tekening in de schaduw, rechts verlies je tekening in de hooglichten, en dat laatste is in RAW nauwelijks te redden.

Uit: Belichten met zekerheid →

HSS

Een flitsmodus (High Speed Sync) waarmee je boven de sync-snelheid kunt fotograferen, handig als je bij fel daglicht toch een lage sluitertijd of een groot diafragma wilt gebruiken. Kost wel flitsvermogen.

Uit: Flitsen →

Invulflits

Een flits die je nauwelijks ziet in het eindresultaat: net genoeg vermogen om de schaduwen op te vullen bij tegenlicht of felle zon, zonder dat het eruitziet als geflitst.

Uit: Flitsen op locatie →

ISO

De versterking van het signaal van je sensor. Hoger ISO maakt je foto lichter zonder dat je sluitertijd of diafragma hoeft aan te passen, maar je betaalt ervoor in ruis.

Uit: Belichten met zekerheid →

Kleurlabels

Een kleur die je aan een foto hangt met een eigen, door jou bepaalde betekenis, bijvoorbeeld rood voor 'nog bewerken' en groen voor 'af'. Puur workflow, Lightroom legt er zelf geen betekenis in vast.

Uit: Selecteren, ook met AI →

Leidende lijnen

Lijnen in je beeld, zoals een pad, een trapleuning of een rij lantaarnpalen, die het oog van de kijker een route door de foto geven. Gebruik ze om recht naar je onderwerp toe te leiden.

Uit: Kijken en kaderen →

Lichtschuiven

De vier schuiven waarmee je de belichting van een foto bijstelt: Exposure (algehele helderheid), Highlights en Shadows (de lichte en donkere kant apart), en Whites/Blacks (waar je wit- en zwartpunt precies ligt). Houd Alt/Option ingedrukt terwijl je sleept om te zien waar je clipt.

Uit: Ontwikkelen in een vaste volgorde →

Lichtverhouding

Het verschil in stops tussen je sleutellicht en je invullicht. 1:1 is vlak en vriendelijk, 1:4 is al behoorlijk dramatisch. Meet je met een losse lichtmeter, of gewoon met een proefopname en je histogram.

Uit: De studio →

Lichtvormers

De hulpstukken die je op een flitser of studioflits zet om de vorm en hardheid van het licht te sturen: een paraplu (goedkoop en zacht, gooit licht alle kanten op), een softbox (gerichter met een duidelijke rand), een beauty dish (halfhard, mooi op huid), een strip (smalle streep voor randlicht) en een grid (beperkt de spreiding tot precies waar je het wilt).

Uit: De studio →

Lightroom Classic

De 'echte', bestandsgebaseerde versie van Lightroom die rechtstreeks met mappen op je eigen schijf werkt via een catalogus. Dat is iets anders dan gewoon 'Lightroom' (cloud-gebaseerd, geen eigen mapstructuur) of Lightroom mobile (de app): voor serieus archiefbeheer is Classic de enige van de drie die daarvoor gebouwd is.

Uit: Catalogus, mappen en importeren →

Loop-licht

Een portretpatroon net iets subtieler dan Rembrandt: het sleutellicht staat iets lager en minder opzij, waardoor de schaduw van de neus een klein 'lusje' op de wang maakt in plaats van een driehoek.

Uit: De studio →

lrcat-data-bestand

Het bestand dat naast je .lrcat-catalogus staat en sinds de komst van AI-maskers alle maskers en generatieve bewerkingen bevat. Mis je dit bestand bij een back-up, dan ben je al je AI-bewerkingen kwijt, ook al lijkt de catalogus zelf intact.

Uit: Sneller en veiliger werken →

Maskers

Het Masking-paneel (sneltoets Shift+W) waarmee je een bewerking lokaal toepast in plaats van op de hele foto, bijvoorbeeld alleen de lucht donkerder maken. Maskers zijn te combineren en achteraf te verfijnen, dus je hoeft het niet in één keer goed te hebben.

Uit: Maskers die het werk doen →

ND-filter

Een donker filter voor je lens dat gewoon licht wegneemt, zonder de kleur te beïnvloeden. Handig als je bij veel omgevingslicht toch een lage sluitertijd of groot diafragma wilt houden, als alternatief voor HSS.

Uit: Flitsen →

Negatieve ruimte

De lege, rustige ruimte rond je onderwerp. Niet iets om te vermijden: het geeft je onderwerp ademruimte en maakt vaak juist dat het opvalt.

Uit: Kijken en kaderen →

RAW vs JPEG

JPEG is een kant-en-klaar, door de camera 'gebakken' bestand: 8-bit, gecomprimeerd, met witbalans en kleurprofiel al definitief verwerkt. RAW is de onbewerkte sensordata, 12 tot 14-bit, waarin je achteraf nog alles kunt bijsturen zonder kwaliteit te verliezen. Het is het verschil tussen een cake en het beslag: uit JPEG kun je niet meer terug.

Uit: RAW of JPEG →

Reflector

Een plaat (wit, zilver of goud) die licht terugkaatst in de schaduwkant van je onderwerp. Goedkoop gereedschap met een groot effect op hoe zacht een portret oogt.

Uit: Licht lezen →

Rembrandt-licht

Een portretpatroon met het sleutellicht op ongeveer 45 graden opzij en iets boven ooghoogte, herkenbaar aan het kleine driehoekje licht op de schaduwwang. Een van de vier klassieke lichtpatronen uit dit blok.

Uit: De studio →

Ruis

De korrelige, soms gekleurde vervuiling die ontstaat als je het signaal van je sensor versterkt met een hoge ISO. Hoe hoger de ISO, hoe meer ruis, en hoe donkerder je sensor het oorspronkelijk had, hoe eerder het zichtbaar wordt.

Uit: Belichten met zekerheid →

Shotlist

Een lijst van de opnames die je sowieso wilt hebben, gemaakt vóór de shoot op basis van je moodboard. Voorkomt dat je achteraf bij het bewerken ontdekt dat je een belangrijk beeld gewoon vergeten bent te maken.

Uit: Shootdag →

Sluitertijd

De tijd dat je sluiter openstaat. Hoe korter, hoe minder licht en hoe beter je beweging bevriest; een handige vuistregel tegen trilling is niet langer belichten dan 1 gedeeld door je brandpuntsafstand.

Uit: De driehoek van belichting →

Smart Preview

Een kleine, los bewerkbare kopie van je foto die Lightroom aanmaakt voor gebruik op je telefoon of laptop onderweg, zonder dat je de originelen hoeft mee te slepen. Bewerkingen die je daarop maakt komen automatisch terug in de hoofdcatalogus zodra je weer verbinding hebt.

Uit: Sneller en veiliger werken →

Split-licht

Een portretpatroon waarbij het licht recht van opzij komt, zodat precies de helft van het gezicht belicht is en de andere helft in schaduw valt. Dramatisch en contrastrijk, het tegenovergestelde van Clamshell.

Uit: De studio →

sRGB

De kleurruimte die zowat elk scherm en elke website correct weergeeft. Exporteer je voor online gebruik of een klant, kies dan sRGB; Adobe RGB heeft een groter kleurbereik maar is alleen zinvol als je zeker weet dat de hele keten erna (printer, scherm) het ook ondersteunt.

Uit: Exporteren en back-up →

Sterren

Een waardering van 1 tot 5 die je binnen je gekozen (Pick-gevlagde) foto's zet, voor een tweede, fijnere selectieronde.

Uit: Selecteren, ook met AI →

Stop

Eén stop is een verdubbeling of halvering van het licht dat je sensor binnenkomt. Het is de eenheid waarin sluitertijd, diafragma en ISO allemaal werken, dus als je begrijpt wat één stop doet, begrijp je alle drie de instellingen tegelijk.

Uit: De driehoek van belichting →

Sync-snelheid

De kortste sluitertijd waarbij je sensor nog helemaal tegelijk wordt belicht door de flits, meestal rond 1/200s. Ga je er met een gewone flits overheen, dan krijg je een zwarte balk in beeld, tenzij je HSS gebruikt.

Uit: Flitsen →

Synchroniseren

Instellingen van één bewerkte foto in één klap kopiëren naar een hele serie andere foto's, bijvoorbeeld alle beelden van dezelfde lichtopstelling. Scheelt enorm veel herhaald werk.

Uit: Ontwikkelen in een vaste volgorde →

Tetheren

Je camera via USB aansluiten op Lightroom Classic, zodat elke opname meteen op je scherm verschijnt met een preset er al op. Onmisbaar bij studiowerk of een headshot-sessie waar de klant meekijkt op een groot scherm; gebruik wel een korte, goede USB-kabel, want bijna elk tetherprobleem is een kabelprobleem.

Uit: Sneller en veiliger werken →

Trefwoorden

Zoektermen die je aan foto's koppelt (locatie, naam klant, type shoot), zodat je jaren later nog razendsnel terugvindt wat je zoekt zonder door mappen te hoeven bladeren.

Uit: Selecteren, ook met AI →

TTL vs handmatig flitsen

TTL laat de camera het flitsvermogen per foto automatisch bepalen, handig als de afstand steeds wisselt. Handmatig stel je zelf een vast vermogen in, voorspelbaarder omdat elke halvering precies één stop minder licht is.

Uit: Flitsen →

Virtual Copy

Een extra 'versie' van dezelfde foto binnen je catalogus, zonder dat er een tweede bestand op schijf bijkomt. Handig om twee verschillende bewerkingen van hetzelfde RAW-bestand naast elkaar te zetten, bijvoorbeeld een kleur- en een zwart-witvariant.

Uit: Sneller en veiliger werken →

Vlaggen

Markeer een foto als Pick (P), Reject (X) of laat 'm neutraal: de snelste manier om in één ronde kaf van koren te scheiden, zeker met Auto Advance aan zodat je meteen doorschuift naar de volgende.

Uit: Selecteren, ook met AI →

Witbalans

De instelling die bepaalt of wit er ook echt wit uitziet, of je licht nu geel kunstlicht of blauwig schaduwlicht is. Fotografeer je in RAW, dan hoef je 'm niet eens ter plekke goed te hebben: je beslist het achteraf.

Uit: Licht lezen →

XMP-sidecar

Een los bestandje naast je RAW-foto waarin Lightroom, optioneel, een kopie van je bewerkingen wegschrijft. Kost een beetje extra schrijftijd, maar als je catalogus ooit onherstelbaar stuk gaat, kun je in een nieuwe catalogus je bewerkingen er alsnog uit terughalen.

Uit: Sneller en veiliger werken →

Algemeen

Heb ik voorkennis nodig?

Nee. Fotografie Basis begint bij de automaat-stand. De losse modules "Van kaart naar klaar" en "Flitsen buiten de studio" zijn ook zonder de basiscursus te volgen.

Hoe lang heb ik toegang tot de cursus?

Toegang tot gekocht materiaal is niet aan een einddatum gebonden: je behoudt toegang zolang fotolessen.nl bestaat, je werkt in je eigen tempo.

Hoe werkt de feedback?

Je levert per blok een praktijkopdracht in en krijgt persoonlijke feedback van Joep van Drunen zelf, niet van een algoritme.

Welk niveau past bij mij?

Twijfel je? Doe de gratis kwis en krijg binnen 2 minuten een cursusadvies.

Krijg ik een certificaat?

Bij de cursus Basisfotograaf ontvang je een certificaat zodra alle negen blokken zijn behaald.

Kan ik een los blok bijkopen?

Ja. Ben je een blok begonnen in een lagere tier en wil je toch een specifiek blok erbij, dan kun je dat los bijkopen.

Kan ik mijn aankoop nog annuleren?

Omdat je direct na aankoop toegang krijgt tot digitale cursusinhoud, vragen we bij het afrekenen expliciet toestemming en vervalt daarmee het standaard herroepingsrecht van 14 dagen. Zie onze algemene voorwaarden voor de precieze voorwaarden.

De driehoek van belichting

Wat is een stop, en waarom is dat de basis van alles?

Een stop is de eenheid waarin je meet hoeveel licht er binnenkomt: een stop erbij is twee keer zoveel licht, een stop eraf is de helft. Sluitertijd, diafragma en ISO regelen alle drie dezelfde hoeveelheid licht, in stops. Verander je er een, dan moet je een andere de andere kant op draaien om dezelfde helderheid te houden.

Naar dit blok →

Catalogus, mappen en importeren

Wat is het verschil tussen Lightroom Classic, Lightroom en Lightroom mobile?

Lightroom Classic is de desktopversie waarbij je foto's op je eigen schijven blijven staan, en waar dit boek over gaat. Lightroom (zonder toevoeging) bewaart alles in de Adobe-cloud en is simpeler. Lightroom mobile is de app voor telefoon en tablet. Classic kan met de andere twee synchroniseren, maar de catalogus blijft de baas.

Naar dit blok →

Kijken en kaderen

Wat is de derdenregel?

Je verdeelt je beeld in drie gelijke stukken, horizontaal en verticaal, en plaatst je onderwerp op een snijpunt. Simpel en bijna altijd goed genoeg.

Naar dit blok →

Vraag niet gevonden?

Bekijk de cursussen, of neem contact op als je twijfelt wat bij je past.

Bekijk de cursussen Neem contact op