Fotolessen.nl
Blok 1 · 1 uur 40 Gratis proefblok

De driehoek van belichting

Sluitertijd en diafragma, en waarom ze aan elkaar vastzitten

Na dit blok

  • Je zet je camera in A/Av en S/Tv en weet wanneer je welke stand kiest.
  • Je legt uit wat één stop is en rekent een instelling om naar een andere combinatie.
  • Je voorspelt vóór je afdrukt of de achtergrond scherp wordt en of beweging bevriest.

Alles is licht, gemeten in stops

Een camera doet maar één ding: een hoeveelheid licht op de sensor laten vallen. Die hoeveelheid regel je met drie knoppen. De eenheid heet een stop: een stop erbij is twee keer zoveel licht, een stop eraf is de helft. Draai je aan één knop, dan moet je aan een andere de andere kant op, anders verandert de helderheid van je foto. Dat is de hele driehoek. De kunst is kiezen welke knop je gebruikt, want elke knop heeft een bijwerking. In dit blok leer je de twee knoppen die het beeld bepalen: sluitertijd en diafragma. ISO, de derde, komt in blok 2.

Sluitertijd: de knop voor beweging

Hoe lang staat het luik open? Kort bevriest, lang laat vloeien. Onder de 1/60 zie je je eigen trilling; vuistregel voor scherp uit de hand: sluitertijd sneller dan 1 gedeeld door je brandpuntsafstand. Met 85 mm dus minstens 1/125.

Diafragma: de knop voor scherptediepte

Hoe wijd staat het gaatje in je lens? Wijd open (laag f-getal) geeft veel licht en een dunne scherptezone: de achtergrond smelt weg. Ver dicht (hoog f-getal) geeft weinig licht en veel scherpte van voor tot achter. Let op: het getal is een breuk. f/1.8 is een groot gat, f/16 een klein gat. En afstand telt net zo hard mee als het f-getal: dichter op je onderwerp maakt de scherpe zone smaller, verder weg maakt hem breder.

Welke stand kies je?

Je camera heeft drie standen waarin jij de baas bent. Je kiest de stand op basis van wat jij in het beeld belangrijk vindt, en laat de camera de rest doen.

Stand Jij kiest Camera kiest Wanneer
A of Av diafragma sluitertijd portret, landschap, alles waar scherptediepte het beeld maakt. Je standaardstand.
S of Tv sluitertijd diafragma sport, kinderen, water, alles wat beweegt.
M allebei niets (ISO eventueel automatisch) studio, flits, of als het licht niet verandert en je het zelf wilt vasthouden.

Zet auto-ISO aan in A en S. Dan corrigeert de camera met de knop die het minst opvalt en hoef jij maar één keuze te maken.

Rekenen met stops

De reeksen hieronder zijn hele stops. Elke stap naar rechts is de helft van het licht. Zet je het diafragma twee stappen dichter, dan moet de sluitertijd twee stappen langer om dezelfde helderheid te houden.
Sluitertijd: 1/1000 · 1/500 · 1/250 · 1/125 · 1/60 · 1/30 · 1/15
Diafragma: f/1.4 · f/2 · f/2.8 · f/4 · f/5.6 · f/8 · f/11 · f/16

Voorbeeld: f/2.8 bij 1/500 geeft dezelfde helderheid als f/5.6 bij 1/125. Alleen de achtergrond en de beweging zien er anders uit. Dat is het hele spel.

Praktijk

Aan de slag

  1. Scherptediepte-serie. Zet je camera in A/Av. Fotografeer hetzelfde onderwerp op het laagste f-getal van je lens, op f/5.6 en op f/11, vanaf dezelfde plek. Bekijk de achtergrond. Stuur 3 foto's in.
  2. Bewegingsserie. Zet je camera in S/Tv. Fotografeer iets dat beweegt op 1/500, 1/60 en 1/15. Probeer bij 1/15 mee te draaien (pannen). Stuur 3 foto's in.
  3. Afstandsproef. Blijf op f/4 en maak drie foto's van iemand: op een meter, op drie meter en op zes meter. Kijk wat er met de achtergrond gebeurt zonder dat je aan het diafragma zit. Stuur 3 foto's in.
  4. Stops omrekenen. Noteer de instelling van je beste foto uit oefening 1. Reken twee andere combinaties uit die dezelfde helderheid geven en maak ze. Controleer of de helderheid gelijk is. Stuur 2 foto's in.

Veelgestelde vragen

Wat is een stop, en waarom is dat de basis van alles?

Een stop is de eenheid waarin je meet hoeveel licht er binnenkomt: een stop erbij is twee keer zoveel licht, een stop eraf is de helft. Sluitertijd, diafragma en ISO regelen alle drie dezelfde hoeveelheid licht, in stops. Verander je er een, dan moet je een andere de andere kant op draaien om dezelfde helderheid te houden.

In welke volgorde stel ik sluitertijd, diafragma en ISO in?

Begin met de knop die je onderwerp het meest raakt: sluitertijd bij beweging, diafragma bij scherptediepte. ISO raak je als laatste aan, want die versterkt het signaal en kost je ruis. Zoek voor jouw camera de hoogste ISO die je nog acceptabel vindt en gebruik die als plafond.

Welke camera heb ik nodig voor deze cursus?

Elke camera met een A/Av-, S/Tv- of M-stand werkt, ook een oudere. Twijfel je over een nieuwe aanschaf? Op Wat heb ik nodig? staat een kleine, handgeplukte lijst instapmodellen die ik zelf zou kiezen.

Verder met dit blok?

Dit was een gratis proefblok. Koop de cursus om je werk in te leveren, persoonlijke feedback van Joep te krijgen, en toegang te krijgen tot alle andere blokken.

Bekijk de cursussen